Dementie samen beleven. Vertrouwen opbouwen

Harald Borjans Dementiezorg Leave a Comment

Dementie samen beleven, vertrouwen opbouwen

De vrouw die dacht dat ik een telefoon was
dementie-samen-beleven-vertrouwen-opbouwen

Visuele beperkingen

Klara ’s alledaagse omgeving was haar tuin. De tuin was haar creatie en in ruil daarvoor hield de tuin haar in leven. Na vele jaren van een veeleisende bankcarrière, veranderde ze van koers en koos ze ervoor om in een landelijke omgeving met pensioen te gaan. Omringd door een groene en prachtig onderhouden tuin bloeide ze op, waarbij haar vasculaire dementie jammer genoeg voor een beperkt gezichtsvermogen zorgde. Ze verwelkomede nog steeds haar zorgvuldig ontworpen bloembedden en rijen met struiken, maar het was voor haar moeilijker geworden om van de kleinere details te genieten.

Ze woonde alleen en in de loop van een jaar verbleef ik verschillende periodes bij haar en was getuige van alle vier seizoenen in haar tuin. Ik ontdekte dat Klara’s vermogen om afzonderlijke objecten duidelijk te zien en te onderscheiden wat ze waren, veranderlijker was dan het weer.

Hoe mijn hand een telefoon werd

Toen we op een dag in de woonkamer kruiswoordpuzzels zaten te doen, dommelde Klara zoals gewoonlijk in slaap. Aan tafel puzzelde ik in mijn boekje verder, terwijl Klara naast me in haar leunstoel lag te slapen. Ze werd plots wakker en keek om zich heen. Ze keek me aan maar dwars door me heen - ze leek me helemaal niet waar te nemen, ook al was ik maar een armlengte van haar verwijderd.

Ze pakte mijn linkerhand van de tafel en tilde hem op.

Ik verstijfde, niet wetende wat er aan de hand was, maar maakte geen plotselinge beweging omdat ik haar niet bang wilde maken. Aan de uitdrukking op haar gezicht te zien, wist ze niet eens dat ik in de kamer was.

Ze legde mijn hand aan haar oor en zei: "Hallo?"

Toen ik me eenmaal realiseerde dat ze mijn hand aanzag voor een telefoon, zei ik zo vriendelijk als ik kon: "Klara, ik ben hier."

Ze bleef tegen de telefoon praten. "Wat? Waar ben je? Spreek harder!” riep ze op haar eigen rustige manier naar mijn hand.

“Ik ben hier,” zei ik, en ik bewoog me naar het midden van haar gezichtsveld. (Later ontdekte ik dat ze met haar linkeroog beter kon zien, terwijl ik die dag aan haar rechterkant had gezeten)

Ze leek niet blij, toen ze mijn gezicht zag met een hand daaraan vast. Ze verborg haar gezicht berustend in haar eigen handen en slaakte een diepe zucht. Misschien vond ze zich stom of voelde zich verontwaardigd. In plaats van het weg te lachen, of te proberen haar ervan te overtuigen dat er niets was gebeurd, probeerde ik me voor te stellen hoe het voor Klara zou hebben gevoeld en leefde me zo goed als ik kon in. “Je lijkt ontzet . . . Is dat, omdat je zou willen begrijpen wat er net gebeurde?"

Hoewel Klara misschien iets van haar visuele vaardigheden had ingeboet, verloor ze nooit haar eigen behoeften uit het oog. Bij veel gelegenheden hoorde ik haar rouwen om het verlies van haar gezichtsvermogen en haar verlangen naar duidelijkheid en begrip. We bezochten dokters en optometristen, en ze legde hen en mij uit dat “de voorwerpen om me heen in beweging blijven; ze veranderen van vorm." Een telefoon werd bijvoorbeeld ineens een persoon. Andere keren zag ze me aan als haar haarborstel of een stoel om op te zitten. Mijn armen beschouwde ze als een riem om haar middel. Voor mij bleek dit een standpunt te zijn van Gerard Edelman, een Amerikaanse bioloog, die zei dat elke daad van waarneming tot op zekere hoogte een scheppingsdaad is, omdat het sterk afhankelijk is van zowel hoe we iets zien als hoe we, wat we zien, interpreteren. In zijn boek The Man Who Mistook His Wife for a Hat beschrijft Oliver Sacks neurologische kwesties van patiënten die mensen aanzagen voor objecten en visa versa, vergelijkbaar met hoe Klara mijn hand verwarde met iets heel anders.

Behoefte aan veiligheid en waardigheid

Zoals iedereen in dergelijke omstandigheden had kunnen zijn was Klara bezorgd en perplex. Na verschillende gemeenschappelijke gesprekken, vermoedden we dat haar bezorgdheid voortkwam uit haar behoefte aan veiligheid en waardigheid. Het was belangrijk om haar onvervulde behoefte te begrijpen. Ik moest meer doen dan me haar gevoelens van verwarring, verlegenheid en angst voor te stellen. Pas toen we beseften dat ze ernaar verlangde zich in een wereld “in beweging" veilig te voelen, waren we in staat om met ideeën te komen om deze wereld veiliger en stabieler voor haar te maken.

Een van de strategieën was - zodra ze een kamer binnenkwam waarin ik me bevond - dat ik b.v. zou zeggen: “Hallo, Klara. Hier ben ik, ik sta aan het raam.” of op welke andere plek dan ook. Voordat ik werd aangezien voor een telefoon, had ik niet kunnen bedenken dat ik voor iemand, die niet blind was, onzichtbaar kon zijn. Ik was ervan uitgegaan dat ze me zag.

Ik verplaatste ook mijn fauteuil om links van haar te kunnen zitten, waar ze me duidelijker kon zien. En telkens als ik haar aansprak, hield ik haar hand vast. Dit gaf haar een gevoel van steun, een arm waarop ze kon leunen, iets stabiels en betrouwbaars.

Deze strategieën hielpen, maar de belangrijkste bouwsteen die bijdroeg aan Klara’s gevoel van veiligheid was onze communicatie en het vertrouwen dat we in de loop van de tijd opbouwden. Communicatie en vertrouwen maakten het voor ons mogelijk om met uitvoerbare oplossingen te komen die we direct konden introduceren. Ze waren specifiek, zoals: "Wanneer ik met je praat, zal ik je hand vasthouden zodat je weet waar ik ben en dat ik naast je zit." Deze kleine dingen hebben op veel manieren een band tussen ons gecreëerd. En ze hielpen me te beseffen dat Klara goed was in allerlei dingen die groeien, waaronder onze professionele relatie, die uitgroeide tot een vriendschap.

Deze relatie vervulde mijn behoefte aan bijdragen en wederkerigheid zo intens dat ik, nadat ik tijd met Klara had doorgebracht, me vaak meer opgebeurd en verfrist voelde dan in mijn eigen vrije tijd. In zekere zin wisselden we vaak onze rollen. Als ik haar toevertrouwde dat ik last van menstruatiepijn had of in een neerslachtige bui zat, toonde ze oprechte empathie en zorgzaamheid. Alhoewel ze me niet kon verzorgen, gaf ze om me. Als Klara me ter troost een kopje thee aanbood, was ik degene die de thee zette. Maakte dat uit? Ik had lichamelijk meer mogelijkheden en mijn gezichtsvermogen was betrouwbaarder, maar de zorg was wederkerig omdat we om elkaar gaven.

Vertrouwen opbouwen door communicatie

Deze strategieën hielpen, maar de belangrijkste bouwsteen die bijdroeg aan Klara’s gevoel van veiligheid was onze communicatie en het vertrouwen dat we in de loop van de tijd opbouwden. Communicatie en vertrouwen maakten het voor ons mogelijk om met uitvoerbare oplossingen te komen die we direct konden introduceren. Ze waren specifiek, zoals: "Wanneer ik met je praat, zal ik je hand vasthouden zodat je weet waar ik ben en dat ik naast je zit." Deze kleine dingen hebben op veel manieren een band tussen ons gecreëerd. En ze hielpen me te beseffen dat Klara goed was in allerlei dingen die groeien, waaronder onze professionele relatie, die uitgroeide tot een vriendschap.

Deze relatie vervulde mijn behoefte aan bijdragen en wederkerigheid zo intens dat ik, nadat ik tijd met Klara had doorgebracht, me vaak meer opgebeurd en verfrist voelde dan in mijn eigen vrije tijd. In zekere zin wisselden we vaak onze rollen. Als ik haar toevertrouwde dat ik last van menstruatiepijn had of in een neerslachtige bui zat, toonde ze oprechte empathie en zorgzaamheid. Alhoewel ze me niet kon verzorgen, gaf ze om me. Als Klara me ter troost een kopje thee aanbood, was ik degene die de thee zette. Maakte dat uit? Ik had lichamelijk meer mogelijkheden en mijn gezichtsvermogen was betrouwbaarder, maar de zorg was wederkerig omdat we om elkaar gaven.

De grenzen een beetje verleggen

Wanneer twee mensen door middel van communicatie en vertrouwen verbinding maken, zullen beide waarschijnlijk flexibeler, vindingrijker met oplossingen zijn en bereid om de grenzen een beetje te verleggen. Maar soms stuit je op een grens, een situatie waar je niet in mee wilt gaan. Dan is het tijd om ‘nee’ te zeggen.

Uit: Dementie samen beleven van Pati Bielak-Smith

Als je een grotere woordenschat wilt opbouwen voor het benoemen van gevoelen en behoeften, kies dan boven in het menu 'downloads' de lijst(en) die je wilt downloaden. Je zult verbaasd zijn hoeveel woorden voor gevoelens en behoeften er bestaan en hoeveel woorden voor 'nep'-gevoelens. Veel plezier ermee!

Deel dit bericht met je vrienden:

Ben je nieuwsgierig naar meer inspirerende tips?

Meld je aan om wekelijks inspirerende communicatie tips te ontvangen en draag bij aan je eigen welzijn en aan het welzijn van anderen.

Je kunt je op elk gewenst moment weer afmelden of je voorkeuren wijzigen.We spammen niet! Lees ons privacybeleid voor meer info.

  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *