Een wederzijdse verstandhouding bij dementie opbouwen

Harald Borjans Dementiezorg Leave a Comment

Een wederzijdse verstandhouding bij dementie opbouwen

Dementie treft beide mensen in een relatie, ook al heeft er maar één de ziekte. En ze beïnvloeden elkaar.
een-wederzijdse-verstandhouding-opbouwen

De verstandhouding bij dementie

Dementie treft beide mensen in een relatie, ook al heeft er maar één de ziekte. En ze beïnvloeden elkaar. Als je onderzoekt waardoor de verbinding wordt verbroken, krijg je er een beter idee van wat tot verbondenheid leidt. Leren hoe je verbinding kunt maken, zal je in een betere positie brengen om meer uit je relaties te halen, ook uit een dementierelatie. Met verbondenheid geef je moeiteloos compassie en wordt empathisch ontvangen onvermijdelijk. Om daar te komen, is het belangrijk om te aanvaarden dat beide partijen aan de relatie en aan de uitdagingen van een leven met dementie kunnen bijdragen.

De ziekte als een probleem zien

Zorgverleners bij dementie praten vaak over de ziekte alsof het een probleem van hen is. Zij - de mensen met dementie - zijn het die behandeld moeten worden, verzorgd, ondersteunt of beschermd. Deze manier om naar de situatie te kijken gaat ervan uit dat zij de bron van het probleem zijn.

Daarom hebben wij - degenen zonder dementie die 'het beter weten' - een probleem met hen. Zoals Tom Kitwood en Kathleen Bredin schreven:

“Hier ligt een duidelijke scheiding tussen ons (de leden van de ‘normale’ bevolking) en hen (de mensen met dementie). Wij zijn in wezen gezond, ongedeerd, bekwaam, vriendelijk. Zij zijn er slecht aan toe, want zij lijden aan. . . . Er is behoefte aan training om ons over hun ziekte te onderwijzen en om ons vooral vaardig te laten worden in de omgang met hun ‘uitdagend gedrag’.

Kitwood en Bredin - pioniers op het gebied van dementiezorg -  wijzen er vervolgens naar om op een andere manier naar de situatie met dementie te kijken, namelijk met de vraag: wiens probleem is het?

Wiens probleem is het?

Een ervaringsbericht:

Als iemand met dementie besluit om in de gootsteen te plassen in plaats van het toilet te gebruiken, wie heeft er dan een groter problemen, hij of ik?

Gordon leed op een manier aan dementie die het voor hem moeilijk maakte zich ruimtelijk te oriënteren. Aan de ene kant zag hij gaten in de grond die er niet waren. Aan de andere kant kon hij vaak voorwerpen niet onderscheiden die er wel waren, zoals b.v. een deurklink. Waar zich de lichtschakelaar bevond? Waar het toilet was om te plassen?’

Omdat deze voorwerpen voor hem verborgen bleven, had hij manieren gevonden om het zonder ze te stellen. De deur naar de badkamer naast zijn slaapkamer stond permanent open en het licht brandde er dag en nacht of hij het nu nodig had of niet. En aangezien hij het toilet nooit vond, ontwikkelde hij de gewoonte om in de wasbak te plassen. De wasbak was voor hem veel gemakkelijker te vinden omdat hij op een bepaalde hoogte hing, en hij hem zonder te bukken kon vinden. Dat maakte de wasbak zo veel gemakkelijker!

Hij plaste in de wasbak, met de stop op zijn plaats. Doordat de urine er de hele nacht in bleef staan was de lucht in zijn slaapkamer er zo van doordrongen dat ik elke ochtend, wanneer ik zijn kamer betrad, overvallen werd door een doordringende geur. Voor mij was het alsof Gordon mij met zijn geheime wapen aanviel. Het geheim van dit wapen was dat het niet scherp was en dat het niet kon schieten, het deed mijn huid geen pijn en het vuurde geen kogels af. In plaats daarvan was het walgelijk. Ik zuchtte in stilte en vroeg me af waarom Gordon me dit aandeed.

Deze onhygiënische en stinkende gewoonte stoorde Gordon niet, een man die graag elke dag schone kleren droeg - een smetteloos, pas gestreken overhemd en een perfect bijpassend vest en broek. Hij was schoon en stijlvol, en urine in de gootsteen vond hij niet erg.

Ik vond het wel erg en had er een probleem mee. Ik zou me persoonlijk erg schamen als iemand de badkamer binnenkwam en mijn urine in de wasbak zou vinden. Maar Gordon schaamde zich niet. Het boeide hem niet. En ik ging ervan uit dat het hem ook niets kon schelen of het wel of niet invloed had op mij. Ik vond hem daarom onachtzaam en smerig. Soms dacht ik bij mezelf dat hij 'het helemaal kwijt was'. Deze uitspraak droeg alleen maar bij aan het probleem. In zekere zin maakte ik de situatie voor ons allebei erger.

Ik dacht dat ik blijvend met Gordons walgelijke gewoonte moest leven, en misschien nog pijnlijker met mijn oordelende en afstandelijke gedachten. Op een dag hoorde ik van zijn andere verzorgster dat zij het was die hem had gevraagd om in de wasbak te plassen!

Ze kende hem al langer dan ik, en omdat Gordon het toilet midden in de nacht niet kon vinden, had hij blijkbaar vaak overal op de badkamervloer geplast. Dus zijn verzorgerster verzocht hem in ieder geval in de wasbak te mikken en haar zo 's ochtends veel werk te besparen. Ik had nooit overwogen dat hij probeerde mee te werken, maar interpreteerde in plaats daarvan zijn gedrag als ergernis. Ik nam aan dat hij niet wilde meewerken, terwijl hij al die tijd zijn uiterste best probeerde te doen

Een nieuw perspectief

Nadat ik me aan dit nieuwe perspectief had aangepast, stoorde mij als enige dat de wasbak nog steeds als toilet gebruikt werd en de stop de afvoer blokkeerde waardoor de urine de hele nacht niet kon afvloeien. Het enige dat ik hoefde te doen, was Gordon te verzoeken de stop niet te gebruiken zodat de vloeistof door de afvoer kon wegstromen

Gordon was daartoe bereid. In zijn geval leek dementie hem er niet van te weerhouden de instructies van de verzorgster te onthouden. Toen ik mijn verzoek eenmaal had geuit, was hij blij dat hij kon bijdragen aan mijn welzijn. En dit bracht een grote verandering in mijn oordeel over hem teweeg. Ik vond hem niet langer onattent, maar in plaats daarvan zag ik hem als meewerkend en zorgzaam.

Gordon had geen problemen met urine in de wasbak en ook niet met urine op de vloer. Ik had het probleem en droeg er aan bij door hem te beoordelen op zijn gewoonte. Ik besefte hoe ik als de verzorgster, bijdroeg en in zekere zin 'het probleem' mede creëerde, ook al had ik geen dementie

We zitten allemaal vast in ons gedrag, gebonden aan sociale normen en persoonlijke gewoonten. En door deze visie dragen we op onze eigen manier bij aan wat we als het probleem zien. We dragen bij door de ander te beschuldigen, door te oordelen en door de persoonlijke verantwoordelijkheid voor onze verbinding - voor de relatie die we allebei met elkaar hebben - te ontkennen.

Bron: Dementie samen beleven - Pati Bielak-Smith

Als je een grotere woordenschat wilt opbouwen voor het benoemen van gevoelen en behoeften, kies dan boven in het menu 'downloads' de lijst(en) die je wilt downloaden. Je zult verbaasd zijn hoeveel woorden voor gevoelens en behoeften er bestaan en hoeveel woorden voor 'nep'-gevoelens. 
Deel dit bericht met je vrienden:

Ben je nieuwsgierig naar meer inspirerende tips?

Meld je aan om wekelijks inspirerende communicatie tips te ontvangen en draag bij aan je eigen welzijn en aan het welzijn van anderen.

Je kunt je op elk gewenst moment weer afmelden of je voorkeuren wijzigen.We spammen niet! Lees ons privacybeleid voor meer info.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *